Wettelijke verplichtingen

Wet- en regelgeving in de zorg, wat komt er allemaal bij kijken

  • Wet- en regelgeving in de zorg, wat komt er allemaal bij kijken

    Jacqueline de Vries is advocaat gezondheidsrecht en werkzaam bij Holla Advocaten. Zij adviseert zorgaanbieders en individuele zorgverleners over gezondheidsrechtelijke vraagstukken en was voorheen onderdeel van het expert team van Zorg voor ZZP. Ik sprak haar over de wet- en regelgeving in de zorg en wat daar allemaal bij komt kijken.

    Je kan dit interview ook beluisteren. Die podcast vind je hier.

  •  

    Wat verdient momenteel veel aandacht in de zorg en sluit de huidige regelgeving daar op aan?

    Deels wel en deels niet, vooral waardering wordt nog gemist. De focus ligt vooral op de client centraal stellen, maar daardoor zie ik dat het belang van de individuele zorgaanbieder op de achtergrond is geraakt. We weten allemaal dat er grote personeelstekorten zijn in de zorg en ik vind dat daar met de huidige wet- en regelgeving te weinig aandacht voor is. Er zijn wel wat initiatieven om dat te verbeteren zoals het concept wetsvoorstel waarmee inspraak van zorgverleners binnen zorgorganisaties wordt verbeterd. Dat is een belangrijke ontwikkeling waarvan ik denk dat die heel erg positief gaat zijn. Meer inspraak, meer zeggenschap en je meer kunnen laten zien. Want dat is iets dat ik echt nog mis.

    Moet er straks door die wet nog meer op papier vastgelegd worden?

    Dat hoop ik niet. Als je ziet wat er gebeurt is met de invoering van de Wvggz, dan is de papierwinkel daar echt te ver doorgeschoten. De cliëntenrechten moeten natuurlijk gewaarborgd zijn want het gaat hier om verplichte zorg. Maar het moet ook niet gepaard gaan met een overdreven administratielast. Dat kan zeker verbeterd worden. Gelukkig worden nieuwe wetten regelmatig geëvalueerd dus dat geeft wel mogelijkheden voor verbetering.

    Hoe is de Wkkgz ontstaan?

    De gedachte achter het begin van de wet is dat de client centraal staat. En het belangrijkste uitgangspunt is dus dat de client goede zorg krijgt. Het is een ontwikkeling die is ingezet om de kwaliteit in de zorg te kunnen verbeteren vanuit bijdrage uit het veld. Goede zorg is volgens de wet zorg die clientgericht is en die tegelijkertijd voldoet aan de professionele standaard zoals onder andere vastgelegd in de Wgbo en de Zorgverzekeringswet.

    De Wkkgz is ook een aantal jaar geleden uitgebreid naar andere soorten branches. Waarom is dat gebeurd?

    Dat is vooral voortgekomen is vanuit de behoefte om ook die soorten zorg te reguleren. Dus naast de medische branche ook de complementaire en cosmetische branche. Er is steeds meer behoefte aan die soorten van zorg en ze worden in bepaalde gevallen ook vergoed door verzekeraars. Ze vielen tot nu toe echter niet altijd onder een bepaalde wet omdat ze niet altijd wetenschappelijk onderbouwd zijn. Ze worden echter wel gezien als zorg omdat het doel veelal is om de gezondheid te bevorderen. Om dat te kunnen reguleren, valt dit nu ook onder de Wkkgz. Wat mij betreft een hele positieve ontwikkeling omdat je op die manier de kwaliteit beter kunt waarborgen.

    In de Wkkgz wordt uitgegaan van een professionele standaard. Hoe weet je als zzp’er welke professionele standaard voor jou van toepassing is?

    Dat is een goede vraag maar ook een moeilijke om te beantwoorden. Als je geluk hebt, is er een kwaliteitsstandaard gedefinieerd bij het Zorginstituut. Dat is een onderdeel van de professionele standaard. Als je het heel generiek wil omschrijven staat er dat die professionele standaard gebaseerd is op consensus binnen de beroepsgroep. Voor artsen is dat redelijk eenvoudig te achterhalen doordat er standaarden bepaald zijn door de verschillende beroepsverenigingen. Maar in de alternatieve geneeswijze en ook in coaching zijn er niet altijd beroepsverenigingen en is dat niet overal bepaald. Dat is iets wat zich nog echt moet ontwikkelen.

    Is het ontwikkelen van die standaard de belangrijkste taak van een beroepsvereniging?

    Wel een van de belangrijkste taken inderdaad. Een beroepsvereniging is vooral bedoeld om voorlichting te geven en kwaliteit te bevorderen. Het NIP (voor psychologen) houdt zich bijvoorbeeld erg bezig met het uitvaardigen van beroepsnormen. Ze hebben eigen tuchtrecht en geven voorlichting aan leden over wat ze wel en niet moeten kunnen en willen. Die kwaliteit is dus het belangrijkst.

    Ben je vanuit de professionele standaard verplicht om je aan te sluiten bij een beroepsvereniging?

    Nee, dat is niet verplicht. Wel is het zo dat verzekeraars die eis kan stellen als je wil dat de zorg die je levert vergoed wordt vanuit de aanvullende verzekering. Dus vanuit de financiële hoek kan het daardoor wel gevraagd worden.

    Vanuit de Wkkgz wordt er gesproken over cliëntendossiers. Hoe is dat te organiseren voor zzp’ers in de complementaire branches?

    De Wkkgz schrijft niet voor dat er een cliëntendossier moet zijn. Dat doet de Wgbo. Die wet zegt dat bij een behandeling een dossier moet hebben waarin het volgende staat:

     

    • wat je met iemand gedaan hebt
    • wat het verloop van die behandeling is geweest
    • waarom je die behandeling gedaan heb
    • inclusief het beschrijven van eventuele incidenten en feedback van je client

     

    Het moet zo ingericht zijn dat iemand die jou opvolgt of waarneemt snel kan zien en begrijpen wat voor behandeling jij hebt gegeven. Een dossier moet dus duidelijk en begrijpelijk zijn, je moet het kunnen navolgen en het moet makkelijk overdraagbaar zijn. Dat is ook hoe een tuchtrechter ernaar kijkt. Als het op die manier inricht, kom je al een heel eind.

    Hierbij komt ook de AVG om de hoek kijken in verband met de privacy van cliënten. Hoe kun je dit zo organiseren zodat het aan de AVG voldoet?

    In de AVG heb je verwerkingsgrondslagen en tegelijkertijd verschillende soorten persoonsgegevens:

     

    • Gewone persoonsgegevens: de namen en adressen die je naar een vast persoon kunt herleiden.
    • Bijzondere persoonsgegevens zijn onder andere gegevens over iemands gezondheid, etniciteit, geloofsovertuiging, etc.

     

    Voor verwerking (verzamelen, bewaren en delen) van die bijzondere persoonsgegevens heb je volgens de AVG een verwerkingsgrondslag nodig en een rechtvaardiging. Er zit ook een verbod voor verwerking in de wet; het mag niet tenzij je een goede reden hebt, zoals het uitvoeren van een behandelingsovereenkomst.

    Dat verwerken moet je goed en zorgvuldig doen en daarbij is het belangrijk dat je niet meer gegevens dan nodig verwerkt. Veel mensen vinden deze wet een beetje eng maar dat hoeft helemaal niet. Je moet vooral logisch kijken naar welke gegevens je verzamelt en je afvragen of deze allemaal noodzakelijk zijn voor de behandeling. En dit dan op een veilige manier bewaren en verwerken.

    Wat is de bewaartermijn van die gegevens?

    De bewaartermijn hiervan is vastgelegd in de Wgbo en die is 20 jaar. Dat is dus behoorlijk lang. Het is nog niet verplicht om dit digitaal te doen. Dat is vaak wel praktischer omdat 20 jaar aan dossiers behoorlijk wat opslagruimte vraagt. Vooral omdat het ook veilig moet worden opgeslagen zodat niet iedereen er zomaar bij kan.

    Welke verantwoordelijkheden liggen er bij de zorgverlener als het gaat om het vastleggen en melden van incidenten?

    De wet schrijft voor dat je als zorgverlener incidenten moet melden. Op het moment dat er misschien merkbare gevolgen zijn voor de client, doe je dat bij je client en leg je dat vast in het dossier.
    Merkt de client het niet en heeft het ook geen gevolgen, dan hoef je dit niet perse bij de client te melden. Het vastleggen is dan wel belangrijk omdat dit mogelijk een punt is waar de kwaliteit verbeterd kan worden. Dat is uiteindelijk ook het doel van die vastlegging. In grote zorgorganisaties is daar ook een Veilig Melden Incidenten systeem voor. Die meldingen mogen in principe niet gebruikt worden in procedures dus het mag niet tegen je worden gebruikt. Je hebt dus echt een verantwoordelijk om dit te melden maar je wordt er ook in beschermd.

    Hoe werkt dat vastleggen en melden voor een zzp’er?

    Wanneer je als zzp’er bij een grote zorgorganisatie werkt is dit via het systeem geregeld. Werk je als zelfstandige zzp’er dan is dit lastiger want dan moet je het zelf organiseren en hier een systeem voor bedenken. De wet spreekt van een kwaliteitssysteem maar dit is voor bedoeld voor grote zorgorganisaties en minder voor individuele zorgverleners. Het gaat tenslotte niet alleen om het vastleggen maar ook het onderzoeken en waar mogelijk verbeteren. Dat is lastiger wanneer je solo werkt.

    Kan intervisie daarbij een rol spelen?

    Intervisie en het (zelf)reflecteren dat je daarin doet, kan daar zeker een heel goed middel voor zijn. Als advocaten zijn wij tegenwoordig ook verplicht om 1x per jaar aan intervisie te doen. Het leren zelf reflecteren en feedback krijgen van anderen is een heel mooi middel om kwaliteit te borgen en verbeteren. Het is wel iets waar je voor open moet staan en moet kunnen ontvangen. Je kan dit ook simpelweg met een sparringmaatje doen, met wie je af en toe belt om iets te bespreken en waardoor je op die manier leert van elkaar. Dat hoeft niet perse in grote groepen met inbrengen van casussen per persoon.

    Als zzp’er in branches die beschreven zijn in de Wkggz, ben je verplicht om een klachtenregeling te hebben en je aan te sluiten bij een geschillencommissie. Maar er kunnen ook zaken bij de tuchtrechter komen via andere wetten of regels waar je onder valt.

    Dat klopt, en die procedures lopen dan ook vaak naast elkaar. Bijvoorbeeld als je onder de BIG valt of wanneer je als psycholoog bij de NIP bent aangesloten. Dat kan best ingewikkeld zijn. Je moet dan niet alleen je eigen klachtenregeling volgen maar ook die van de beroepsvereniging waar je onder valt of de regels van de zorgverzekering waar je een contract mee hebt voor vergoeding.
    Procedures bij een tuchtcollege kun je zelf afhandelen, daar heb je geen advocaat voor nodig. Iedereen wordt gelijk behandeld door de tuchtrechter. Wel is het zo dat wanneer zaken zwaarder of ingewikkelder worden, het fijner kan zijn om een advocaat of iemand met die specifieke kennis naast je te hebben. Daar hoort een ander kostenplaatje bij, dus dat is altijd iets om zorgvuldig af te wegen, ook wat betreft bijbehorende verzekeringen

    Hoe zit het met de Jeugdwet en de Wet voor Zorg en Dwang? Die kennen ook eigen regels wat betreft klachtencommissies.

    Dat klopt, die wetten sluiten wat niet helemaal goed aan want ze kennen allemaal hun eigen klachtencommissies. Het kan dus voorkomen dat een klacht op beide plekken gemeld en afgehandeld moet worden omdat er overlap is in de wetten. In het kader van papierwerk e.d. is dit natuurlijk ontzettend onhandig. Ik hoop dan ook dat dit bij de evaluatie besproken gaat worden en dat men gaat kijken hoe dit beter op elkaar kan aansluiten. Het zijn wel dingen waar je rekening mee moet houden en waardoor je dus moet weten onder welke wetten jouw client vallen.

    Sommige zzp’ers vinden het wel makkelijk om zich niet aan te sluiten bij een klachtencommissie want dan kunnen mensen ook niet klagen. Wat zijn hier de gevaren van?

    In principe is het verplicht dus je kunt de Inspectie op je dak krijgen als dit niet geregeld is. Natuurlijk kom je niet zomaar op hun radar. Maar als iemand wil klagen of er is iets gebeurd en je client komt erachter dat je niet bent aangesloten bij een klachtencommissie, kan hij/zij zich melden bij de Inspectie. En dan sta je wel ineens op de radar. Dat is een belangrijk risico om rekening mee te houden.

    Er is vanuit zorgverleners veel onvrede over deze verplichtingen en de papierwinkel die erbij hoort. Ze besteden hun tijd liever aan de zorg zelf. Denk je dat hier sprake is van overregulering?

    Ik begrijp die onvrede zeker maar ik denk wel dat het belangrijk is om het doel in de gaten te houden; namelijk het verbeteren van de kwaliteit van de zorg. Mensen zijn tegenwoordig steeds mondiger, spreken zich sneller uit, weten meer en dan is het belangrijk dat er duidelijke procedures zijn om hiermee om te gaan. We moeten zeker wel opletten dat die papierwinkel niet te groot wordt en het moet ook werkbaar blijven.

    Tegenwoordig zijn er steeds meer artsen die zich bezighouden met alternatieve geneeswijzen en zaken als vitaliteit bijvoorbeeld. Hoe kijkt de wet daarnaar?

    Volgens de wet vallen artsen e.d. altijd onder de wet BIG. Tegelijkertijd ben je vrij om te doen wat je wilt, dus je mag ook alternatieve geneeswijzen aanbieden. Wel is het zo dat je onderworpen bent aan het tuchtrecht en je je dus moet houden aan de regels die daarbij horen. Als alternatieve genezer, dus aanbieder van zorg die niet wetenschappelijk onderbouwd is, moet je wel duidelijke afspraken maken met je client. Die moet weten dat jouw behandelingen buiten de standaard geneeswijze en de medische geneeswijze vallen. Eventueel kun je je cliënten daar ook voor laten tekenen zodat er geen misverstand kan ontstaan. Maar het is dus zeker mogelijk volgens de wet.

    In de podcast spraken we ook over bezuinigingen in de zorg, waarom we in Nederland de afgelopen jaren soms bedden tekort komen en hoe het zit met vergoeding van zorg die nog niet standaard is. Ben je daar benieuwd naar, luister dan zeker de hele podcast.